De teloorgang van Amsterdam

Vroeger werd er door onverlaten weleens gezegd dat het geld in Rotterdam werd verdiend en dat het in Amsterdam werd uitgegeven. Dat is natuurlijk onzin. De Amsterdamse economie draagt met zijn financiële dienstverlening, creatieve industrie en hoofdkantoren veel meer bij aan de nationale welvaart dan die haven voor bulkgoederen aan de Zuidrand.

Toch denk ik dat die positie bedreigd wordt door twee ontwikkelingen: het aan banden leggen van de financiële sector en de instelling van het kraakverbod.

Het is volkomen terecht dat de financiële sector, door ons en Europa, wordt aangepakt. Laat daar geen misverstand over zijn. Het heeft alleen wel gevolgen voor de Amsterdamse economie. Amsterdam heeft een zeer grote en diverse financiële dienstverlening sector: er is een hele industrie aan banken, advocatenkantoren, brievenbus firma’s en beleggingsinstellingen. Veel van wat die doen, is ethisch niet te verantwoorden en de kans dat deze sector krimpt is zeer waarschijnlijk. Het ING hoofdkantoor op de Zuidas staat niet voor niets leeg.
Maar al die bankiers en advocaten geven wel heel veel geld uit in de stad. Al die goede restaurants en theaters in de stad worden voor een deel gevuld door de goed betaalde werknemers uit de financiële sector. Het Muziekgebouw draait niet alleen op gepensioneerde muziekleraren. Ook een deel van onze 192 nationaliteiten is hier door de financiële sector. Als die beroepsgroep wegvalt is dat een forse aderlating voor de middenstand en de culturele sector.

Een ander gevaar zou kunnen zijn dat er door een krimpende financiële sector ook minder kapitaal beschikbaar is voor, met name startende, bedrijven. Het succes van Silicon Valley is voor een belangrijk deel gebaseerd op de aanwezigheid van een overvloed aan kapitaal voor startups.
Een ander ding, naast voldoende geld, wat essentieel is voor een stad met creatieve industrie is ruimte en dan vooral goedkope ruimte. Het recente succes van Berlijn is mede gebaseerd op het feit dat het een lege stad is en de grond er tot voor kort relatief goedkoop was. Berlijn is ruim opgezet met een uitgebreid OV-net, ligt in de middle of nowhere en mist sinds de Tweede Wereldoorlog nog altijd een miljoen inwoners. Je kan er tot voor kort voor een appel en een ei een lege fabriekshal huren.
Amsterdam is nooit echt goedkoop geweest maar was gezegend met een actieve kraakbeweging. Die stichten overal al broedplaatsen toen de beleidsmakers dat woord nog moesten uitvinden. XS4all, Paradiso en de Melkweg komen allemaal voort uit de kraakbeweging. Het kraakverbod en de schreeuwend dure prijzen maken het haast onmogelijk om nog weer wat nieuws te starten in de stad (De auteur van dit artikel huurt trouwens net, anti-kraak, een studio van 100m2 aan de Wibautstraat voor minder dan 500 euro.)

De stad verD66t. Het wordt een modern Venetië van het noorden. Een pretpark voor toeristen met inwoners die denken dat ze hip zijn omdat ze en spijkerbroek onder hun colbertje dragen en hun huis regelmatig Airbnb-en.

Hoe gaat het ondertussen aan de Zuidrand? In Rotterdam kun je voor bijna niks een loods op een verlaten pier huren. Het heeft minder nationaliteiten dan Amsterdam maar komt met 172 een heel eind. Bovendien zorgt de haven voor een constante stroom van geld, zowel zwart als wit. Misschien een goede plek om eens een bank neer te zetten?

Simon K. Deurloo