De Nieuwe Verzorgingstaat: nieuwe solidariteit?

Tweede-Wereldoorlog-Dr.-Herman-Bernhard-Wiardi-Beckman-1874-1943-Nationaal-Archief-470x310

De denktank van onze partij, de Wiardi Beckman Stichting (WBS), heeft eerder dit jaar een uiterst belangrijk rapport opgeleverd. Hierin wordt een noodzakelijke modernisering voorgesteld van de belangrijkste waarden waar wij als sociaal-democraten voor strijden in de partij, in het parlement, in de gemeenteraden en in de wijken: arbeid, bestaanszekerheid, binding en verheffing. Deze waarden raken ook direct aan onze visie op en invulling van onze ( nieuwe) verzorgingsstaat.

In onze Politieke Salon op 17 januari 2014 geeft:

In Blok I Prof. Kees Schuyt, bijzonder hoogleraar en partijprominent een inleiding. Recentelijk , bij het aanvaarden van zijn bijzonder hoogleraarschap, heeft hij een bijzonder doorwrochte rede gegeven over de historie van onze verzorgingsstaat, met de titel Noden en Wensen . Deze rede kunt u vinden op onze BAR-website; zeer de moeite waard om te lezen!
De vier vragen die Schuyt in zijn oratie opwerpt zijn:
1. Wie behoren tot de gerechtigden?
2. Wat voor recht wordt door de overheid ter beschikking gesteld?
3. Hoe ga je de voorzieningen organiseren?
4. Hoe worden de voorzieningen gefinancierd?
Heel prikkelend en taboedoorbrekend is het volgende onderscheid dat hij maakt:
Er zijn echte probleemgevallen, er zijn net-echte (!!!) probleemgevallen, er zijn net-niet (!!!) echte probleemgevallen, er zijn niet-echte gevallen ( oneigenlijk gebruik) en er zijn de opzettelijke niet-echte gevallen ( fraude).

Daarna volgt een beschouwing van Menno Hurenkamp van de WBS, van maximaal 10 minuten, Menno heeft recentelijk een rapport over de grote decentralisaties die de regering voorstelt voor het Centrum Lokaal Bestuur (CLB) geschreven. Hij licht een aantal principes en uitgangspunten toe, die in de kabinetsvoorstellen zijn verwoord en hoe deze zich verhouden tot het Van waarde rapport.

Beide wetenschappers zullen ons ongetwijfeld stevige denkstof meegeven, maar vooral hopelijk ook een aantal nuttige adviezen, hoe wij onze waarden in de nieuwe verzorgingsstaat invulling kunnen geven.

Zij debatteren ( kort en krachtig!)over de volgende stellingen:

1. Waar is collectieve verantwoordelijkheid op zijn plaats en hebben overheden een belangrijke rol en waar begint de eigen individuele verantwoordelijkheid van de burger? Welke 3 grote kansen zien zij in deze decentralisaties?
2. Gaan deze decentralisaties de spankracht van gemeenten niet te boven en welke vrijheden moeten gemeenten bepleiten om deze decentralisaties uit te voeren?
3. Het is goed en begrijpelijk, dat er in de verzorgingsstaat nieuwe stijl verschillen tussen gemeenten zullen ontstaan.

In Blok II gaan we na of we de Van Waarde beginselen op lokaal nivo kunnen concretiseren. Martien Kuitenbrouwer voorzitter stadsdeel West heeft dit gedaan aan de hand van een concrete aanpak van buurtpraktijkteams m.b.t. leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Zij gaat een aantal vragen stellen aan Godfried Lambriex (Lid Dagelijks Bestuur Amsterdam West) en Carolien De Heer, aanstormend raadstalent.

Concrete aanleiding is de zeer omvangrijke decentralisatie van voorzieningen die op de gemeenten afkomt, gecombineerd met forse bezuinigingen:
In de Jeugdzorg gaat landelijk € 3,3 miljard om en in 2015 wordt hier € 450 miljoen op bezuinigd. In de langdurige zorg gaat in 2015 € 6,2 miljard om en wordt in hetzelfde jaar € 2,3 miljard bezuinigd. In de participatiewet gaat € 3 miljard om en moet geleidelijker (enkele procenten per jaar) worden bezuinigd. Sommige deskundigen voorspellen dat deze decentralisaties veel tekorten in de gemeenten gaan opleveren en zal leiden tot veel zog. Art 12 gemeenten.

Om het nog concreter te maken: voor Amsterdam gaat het om een bedrag van tussen de € 1 en 2 miljard, afhankelijk van wat zorgverzekeraars, c.q. de rijksoverheid zelf nog gaan terugnemen. Er zal zeer ingrijpend bezuinigd moeten worden: misschien wel tot ca 50%. Nieuwe arrangementen zijn nodig, er gaan verschillen in rechtsgelijkheid ontstaan omdat er lokaal maatwerk geleverd gaat worden, etc. Tegelijkertijd wil het kabinet naar 100.000+-gemeenten.
Dit lijkt toch heel erg op een cocktail van zeer veel en grote problemen.

Stellingen voor het debat:
1. Gemeenten moeten niet op regionaal niveau willen samenwerken m.b.t. deze decentralisaties. Dat holt de verantwoordelijkheid van de gemeenteraden uit en leidt tot extra bureaucratie. Beter is de regels te versimpelen en veel huidige verfijningen te schrappen.
2. Ondanks alle nobele doelen: het lukt de gemeenten niet om de verzorgingsstaat te veranderen. Zij ontberen daarvoor voldoende deskundigheid en hebben onvoldoende moed ingrijpende bezuinigingen door te voeren. Principes van rechtvaardigheid zijn nu eenmaal belangrijker dan meer doelmatigheid.
3. In ons verkiezingsprogramma is vastgelegd dat de rijksdecentralisaties op stadsdeelniveau gaan worden uitgevoerd. Willen en kunnen de stadsdelen dat? En krijgen de stadsdelen de daarvoor benodigde capaciteit in het nieuwe model, m.a.w. wordt de motie Manon van de Garde uitgevoerd?

In Blok III gaan Herman Klein Tiessink van Cliëntenbelangen Amsterdam en Maarten Poorter in debat over:
1. In de uitwerking van deze decentralisaties moet een aantal nieuwe, strengere normeringen doorgevoerd om de beoogde bezuinigingsdoelstelling te halen of zijn er andere wegen om deze doelstelling te halen?
2. Stadsdelen hebben een sterk verschillend karakter en bewonerssamenstelling. Er kan en moet daarom een innovatieve aanpak ontwikkeld worden, waarbij b.v. de naoorlogse stadsdelen met inbreng van bewonerspanels in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag op basis van hun ervaringen nieuwe modellen uitwerken

17 januari om 20:00, inloop vanaf 19:30

Plaats: het bekende NH Tropenhotel, Linnaeusstraat  2c,